De eerste keer contactlenzen


De eerste keer contactlenzen

Wanneer -een afspraak is gemaakt voor de aanmeting van contactlenzen is daar waarschijnlijk al een hele tijd aan voorafge­gaan. De geschiktheid om lenzen te dragen en welk soort contactlens het beste resultaat zal geven is na een beoordeling met meetlenzen, ook wel paslenzen genoemd, vast te stellen. Er zal dus een proefpassing worden uitgevoerd. Het idee dat contactlenzen pijn doen remt soms het enthousiasme om met lenzen te beginnen. In aanvang is enige gevoeligheid tijdens de aan­meting normaal, echter dit is van zeer korte duur.

Voor de beoordeling en aanmeting van een contactlens zijn een aantal gegevens essentieel.

Op de eerste plaats is van belang te weten welke gezichtsscherpte te behalen is bij een optimale brilmeting (refractie).

De uiteindelijk gemeten sterkte is van belang voor de contact- lenssterkte, al is het meestal zo dat de brilsterkte vaak afwijkt van de contactlenssterkte. Dit is normaal omdat de contactlens op het oog ligt en de bril zo’n 12 mm vóór het oog staat.

Ook wordt het functioneren van beide ogen samen, vastgelegd. Hierna volgt een onderzoek met de bidmicroscoop, ook wel spleetlamp genoemd. Met deze speciale microscoop wordt het voorste gedeelte van het oog en de oogleden beoordeeld.

Met name het hoornvlies en de traanlaag eisen een zeer nauw­keurig onderzoek, waarbij een aantal gegevens wordt vastge­legd in de computer of op de notitiekaart.

Meestal wordt met behulp van fluorescering de traanlaag opgekleurd om de kwaliteit van de tranen te kunnen beoordelen. Vervolgens wordt met behulp van een keratometer de vorm, ook wel topografie, van het hoornvlies gemeten. Dit is een zeer be­langrijk aspect van de beoordeling, het bepaalt uiteindelijk de mogelijk bruikbare contactlenstypen.

Er kunnen voorts individueel gerichte metingen worden uitge­voerd met betrekking tot bijvoorbeeld oogdruk of contrastgevoeligheid.

De meetbare gegevens worden aangevuld met een anamnese, hierin worden aan de hand van vragen gegevens opgenomen die van belang zijn voor een goed en veilig contactlens dragen. Samen worden nu de vóór en tegens van de verschillende lens­typen besproken, en wordt bepaald welke paslens op het oor wordt gezet.

Meestal zet de contactlensspecialist de paslens op het oog: som mag het ook zelf worden gedaan. De eerste keer lenzen in is wat gevoelig: de lens beweegt nogal op de traanfilm en veroorzaak een extra tranenvloed. Oogleden raken hierdoor wat gevoelig Echter na enige minuten wordt de reactie al voelbaar minder. Afhankelijk van het lenstype worden de lenzen nu een half uur tot een uur gedragen. Hierna wordt gecontroleerd hoe de reactie van de lens op het oog is. Met behulp van de biomicroscoop wordt de pasvorm beoordeeld.

Na een aantal metingen met betrekking tot de sterkte kan uitein­delijk de lens worden bepaald. De contactlensspecialist zal dan zijn of haar beoordelingen bespreken en een advies geven.

Wanneer besloten wordt om contactlenzen te gaan dragen zul­len deze naar de gegevens van het oog gemaakt moeten wor­den.

Afhankelijk van het lenstype zal dit zo'n twee tot veertien dagen duren. Voor sommige zachte lenzen geldt dat zij uit voorraad ge­leverd kunnen worden.

Het inzetten en uithalen van contactlenzen is een handigheid. De één is er wat handiger in dan de ander. Maar iedereen leert op den duur in enkele ogenblikken zijn lenzen in te zetten en weer uit te halen.

Tevens wordt bij deze instructie een verzorgingsadvies meegege­ven en wordt verteld wat wel en niet met uw contactlenzen kan. Wanneer u. na de instructie in staat bent de lenzen zelf in te zetten en uit te halen krijgt u de lenzen mee. Er zal een afspraak worden gemaakt voor controle. Doorgaans is dit na veertien dagen lens- dragen. Deze controle is nodig om te zien hoe de reactie van de lens op het oog is nadat u de lenzen veertien dagen gedragen heeft. Ook daarna zullen de lenzen regelmatig gecontroleerd moeten worden.