verziendheid of hypermetropie


verziendheid of hypermetropie

Wanneer een bril of contactlenzen nodig zijn om een goede gezichtsscherpte te behalen, is dit altijd omdat het optisch systeem van het oog niet perfect is.

De optiek van het oog bestaat uit het hoornvlies en de ooglens. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de ooglens door zich bol­ler te maken (te accommoderen) in sterkte kan variëren. Dit optisch systeem vormt een afbeelding op het netvlies achter op de bin­nenzijde van de oogbol. Uiterst precies weet het oog zich in fracties van seconden aan de verschillende afstanden in het zien nabij en veraf, aan te passen.

Zonder dit bewust te zijn maken wij hier bij het zien permanent gebruik van: wanneer we bijvoorbeeld lezen en opkijken om.een blik op de televisie te richten zullen beide beelden scherp gezien worden.

Het kan zijn dat het scherp zien voor nabij en veraf niet goed mo­gelijk is: het oog is dan niet in staat de ooglens zo te bollen dat een scherpe afbeelding wordt waargenomen of het oog heeft niet de juiste lengte: ooglens- netvlies.

Het slechte zien is hinderlijk en soms gaat het gepaard met hoofd­pijn, tranende en vermoeide ogen.

Er zijn drie vormen van een minder goed functionerend optisch systeem:

 Bijziendheid of myopie.

 Verziendheid of hypermetropie.

 Astigmatisme.

Verziendheid wil zeggen dat het zien op afstand min of meer redelijk functioneert zonder dat er een bril of contactlenzen gedra­gen worden. Voor nabij echter kan nauwelijks nog een scherp beeld op het netvlies worden afgebeeld. Om goed te kunnen zien zal de ooglens permanent moeten accommoderen.' voor veraf maar ook met nog meer inspanning voor nabij.

Jonge kinderen hebben een accommodatievermogen dat zeer flexibel is. 'Wanneer permanent geaccommodeerd om een scherp beeld te zien dan zal dit verstoring geven in handelingen op korte afstand, zoals lezen en spelen. Heel belangrijk is dan ook dat hypermetropie tijdig wordt onderkend, omdat vaak ook de aanleg vooreen 'lui oog' en/of scheel zien aanwezig is. Vanaf het vijfentwintigste jaar wordt het vermogen om te accommoderen minder. Juist die jonge mensen, die in staat waren om onbewust nog dat stukje accommodatie-inspanning te leveren, zullen nu last krijgen: hoofdpijn, wazig zién, minder goed kunnen concen­treren op korte afstanden zoals lezen en beeldscherm-gebruik. Bril-of contactlenscorrectie is dan ook een absolute noodzaak.